Sabbat of zondag?

De aloude vraag kwam pas weer even in de publiciteit door een artikel in het Reformatorisch Dagblad. (RD, 6-3-2021, Zondag is jarig: 1700 jaar officiële rustdag.) Daarop kwamen drie kritische reacties. (RD 20-3-2021, rubriek Opgemerkt.) Hieruit blijkt dat dit nog steeds een actueel punt van discussie is. Dat is ook niet verwonderlijk, want met name de Protestantse christenen baseren traditioneel de zondag op de wet van Mozes die voor het volk Israël is bedoeld. Daardoor moet er een verschuiving zijn van de rustdag van de zaterdag naar de zondag en komt men op gespannen voet te staan met de wet en de profeten.

Zou dit niet te maken hebben met de vervangingsleer? Immers de zondag zou de sabbat vervangen hebben. Binnen de vervangingsleer kan dit prima passen. Want dan kan het vierde gebod betekenis krijgen voor de zondag.

Schaft men echter de Vervangingsleer consequent af, dan komen er twee aparte entiteiten onder de gelovigen, een joodse en een christelijke. Dan kan er ook veel soepeler worden omgegaan met de zondag kwestie. De Joden kunnen dan volgens de Torah leven en sabbat houden en de christenen volgens hun traditie de zondag houden. Dat roept praktische vragen op, maar principieel is dit wel te verdedigen op basis van de bijbel. In tegenstelling tot de vervanging van de sabbat door de zondag. Dat is zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament echt niet te verdedigen.

Het is opmerkelijk dat de Katholieke Kerk de achtergrond van de zondag waarschijnlijk beter beseft dan de meeste Protestantse gemeenten. Zij zeggen namelijk dat het houden van de zondag en niet de sabbat, geen bijbelse maar een kerkelijke traditie is. Dit is o.a. te lezen in een publicatie uit 1923 waarin de kerk zich van haar authoriteit laat gelden. [1]

Een andere publicatie uit 1893 geeft aan dat de Katholieke Kerk de rustdag heeft veranderd van zaterdag naar zondag. [2]

Om dan te besluiten met een hele scherpe opmerking: “Protestanten realiseren zich niet dat ze met het houden van de zondag, de autoriteit van de Paus, de woordvoerder van de kerk, accepteren.[3]

[1] The Catholic Record of London, Ontario, Canada, Volume XLV, Saturday, September 1st, 1923, page 4. Auteur is niet bekend, maar aangenomen wordt dat het een van de redactieleden is. (http://www.truthontheweb.org/cathrcrd.htm)

[2] The Catholic Mirror, official publication of James Cardinal Gibbons, Sept. 23, 1893.

[3] Our Sunday Visitor, February 5, 1950.

De antichrist; zijn regeringsperiode en zijn val door de oprichting van Israël

De antichrist wordt vaak (eigenlijk altijd) gezien als een persoon op het wereldtoneel die nog moet komen. Dat was niet zo tijdens de Reformatie. Protestanten ervaarden de antichristelijke macht aan de lijve, door het Roomse staatshoofd de Paus. De Engelse Puriteinen hebben op die situatie een vrij nauwkeurige visie uitgewerkt op basis van de bijbel. Die beschrijft de regeringsperiode van de antichrist.

Die visie komt kortweg neer op een antichristelijke regering op deze wereld die een kleine 2000 jaar beslaat waarbij de Joden geen bestaansrecht hebben. In de 19e eeuw zou die macht zover gevallen zijn dat ook de Joden wat meer vrijheid zouden krijgen. Daarop volgt dan de terugkeer van de Joden naar hun land, de stichting van de staat Israël. De finale val en definitieve uitschakeling van de antichristelijke macht zal dan plaatsvinden en de bekering van Israël. Waarbij de verwachting dan (gedurende duizend jaar) uiteindelijk zal zijn een wereld van gerechtigheid en vrede.

De Reformatoren, te beginnen met Luther, beschouwden de Paus in die tijd als de personificatie van de antichrist. Die zijn hoogtepunt had in de middeleeuwen. Met de Reformatie begon het verval van de pauselijke macht en de antichrist.

Onder de Protestanten ontstond voornamelijk onder de Puriteinen een meer uitgewerkte profetische visie op deze antichristelijke macht. Zij geven een uitleg aan het boek Openbaring wat de Historische visie wordt genoemd. Die komt er daarop neer dat de antichrist een tijdperk van zo’n 2000 jaar beslaat, maar zijn werkelijke machtsperiode is bepaald tot 1260 jaar. Met een opkomst periode ervoor en een vervalperiode erna, past die 1260 jaar in die 2000 jaar. Zeg maar vanaf Christus drie eeuwen van opkomst, dan 1260 jaar regering, waarna drie eeuwen van verval. De antichrist die 1260 jaar regeert wordt dan gezien als een wereldlijke macht.

De wereldlijke regering van de antichrist, een 1260 jarige periode van pauselijke regering binnen het 2000 jarig christelijk tijdperk, wordt door de Puriteinse uitleg van het boek Openbaringen vrij nauwkeurig weergegeven volgens de historische visie. Bij deze uitleg hanteert men de sleutel van het zogenaamde ‘synchronisme’. Joseph Mede is een belangrijke grondlegger hiervan, maar ook b.v. Isaac Newton heeft hier veel werk van gemaakt. Naast het boek Openbaringen worden ook de profetieën van Daniël zo verklaard binnen de historische visie. Zie ook enkele artikeltjes hierover op mijn blog. Robert Fleming jr. schreef hierover een boek: The Rise and Fall of Papacy (1701), waar ook dingen van uitgekomen zijn. 

De historische Puriteinse visie werd door Protestanten breed gedragen tot aan de Franse revolutie. Deze revolutie zagen enkelen aankomen op basis van deze bijbel uitleg. Daarna kwamen er nuances, maar vooral onder Puriteinen in de 19e eeuw was dit profetisch perspectief nog te vinden. Zoals Philpot die aangaf dat hij in zijn tijd in het verlengde van de val van Rome de sociale en revolutionaire (liberale) machten als antichristelijk zag opkomen. Daarmee gaf hij aan dat we nog niet van de satan af waren. Hij erkende wel dat de kerkelijke antichristelijke macht grotendeels gevallen was in kerk en wereld. Maar de vrijheid die de mens daarmee verkreeg zou hem in een geestelijke strijd verwikkelen, voorafgaand aan de wederkomst.

Na de 19e eeuw verdween de historische visie volledig naar de achtergrond, met name na de wereldoorlogen. Onder de Protestanten geloofde men meer en meer dat de antichrist nog moest komen. De Futuristische visie brak door, voornamelijk onder Puriteinse erfgenamen, met name in de VS. Deze visie verondersteld dat de antichrist nog moet komen. Dit wijkt geheel af van de oude Protestantse overtuiging dat de antichrist al actief was ten tijde van het Pauselijke rijk. Tot groot genoegen van de Katholieke kerk hebben de protestantse kerken nu de futuristische visie overgenomen. Dit was een breuk met de traditionele reformatorische visie, die zich doorgaans in alle stilte heeft voltrokken na de tweede wereldoorlog.

Ik acht het als een bijzondere ontdekking van de Protestanten na de middeleeuwen dat de antichrist in de kerk zat, hoewel die gedachte niet helemaal nieuw was. Vooral Luther kwam daar achter samen met martelaars die hem volgden. Dat is opzienbarend omdat de antichrist eigenlijk altijd als een externe vijand wordt voorgesteld. Dat de Paus (als mens) toen de antichrist was, wil niet zeggen dat hij dat nu nog is. De toenmalige macht is vervallen. De paus van tegenwoordig is meer een mens als andere leiders. De macht ligt nu bij het volk. Dwalingen kunnen natuurlijk nog in de kerkelijke leer zitten, maar de macht ervan is inmiddels vervallen. In de huidige Paus zie ik helemaal geen antichrist meer, integendeel, hij steunt christenen.

Na de Reformatie, toen de Paus geen macht meer had over deze protestantse gemeenten, kwam er een grote vrijheid van godsdienst met een zegenrijke uitwerking, voor kerk en wereld. De Reformatie zette echter niet echt door, maar de weg werd vrijgemaakt voor het joodse volk voor een terugkeer op het wereldtoneel. 

Het verval van de protestantse kerken zorgde dat ook zij niet meer vrij waren van antichristelijke machten. Juist ook bij de meest behoudende gereformeerde kerken zijn krachten  van de satan om de mens bij Christus vandaan te krijgen. Er is daar weliswaar gelukkig geen antichrist in persoon of in kerkelijke of wereldlijke macht, maar de ‘geestelijke machten in de lucht’ (Ef.6:10-13) manifesteren zich hier of daar, juist bij Gods volk, als laatste pogingen de mens weg te houden van Christus. Ook hier stelt de antichrist zich in de kerk, in de plaats van Christus. Niet meer als een wereldlijke macht zoals de paus van de middeleeuwen, maar als geestelijke macht. In de praktijk is dat misschien nog wel erger; het is zo geniepig en vals.

Over het algemeen wordt aangenomen dat wanneer er over de antichrist wordt gesproken, een mens wordt bedoeld. De satan manifesteert zich in een mens. Net zoals God Zich in Jezus manifesteert. De antichrist komt in de plaats van Christus te staan, om mensen van Christus af te houden. De antichrist moet onderscheiden worden van de satan. De antichrist is een mens die door de satan gedreven wordt om de Christus tegen te staan. De satan zelf is een geestelijke macht, de grote tegenstander van de mens, en is er zolang de mens in deze wereld bestaat.

De antichrist is gezien de historische visie inmiddels voor een groot deel gevallen. De Paus heeft zijn macht niet meer. Hij wordt aangesproken op zijn gedrag en wordt gecontroleerd. Dat geldt trouwens wereldwijd voor alle machten. Burgers zijn inmiddels zelfs in staat om heersende dictators te laten vallen. Dat heeft de Arabische Lente laten zien. En democratieën kunnen niet meer gestuurd worden door machthebbende nieuwsvoorzieningen. Journalistiek faalt door de moderne media ontwikkelingen. Mensen zijn nu in staat meer zelfstandig hun mening te vormen. Machten zijn niet meer zoals vroeger. In dat vacuüm treed de satan op als een briesende leeuw, wetende dat hij weinig tijd heeft om de mens nog bij God vandaan te houden. Daardoor lijkt het dat de antichristelijke machten nu op hun sterkst zijn. Het zijn echter geen wereldlijke en kerkelijke machten (zoals vroeger de Paus), maar geestelijke machten. Satanische machten in de lucht spelen vrij spel, wat ernstiger is dan gewone oorlogen. Je zou het een zekere anarchie kunnen noemen omdat de hoogste autoriteit ontbreekt, namelijk Jezus.

Een van de meest ingrijpende gebeurtenissen voor het christendom, is de holocaust waarna de stichting van de staat Israël volgde. De wederoprichting van Israël vormde het begin van een belangrijke verandering bij de Katholieke kerk en de Protestantse kerk. Beiden moesten tot bezinning komen ten opzichte van de beloften voor het Joodse volk. Het zorgde er ook voor dat het jodendom en christendom een zekere toenadering tot elkaar kregen.

Bezinning op de plaats van Israël heeft inmiddels een aantal goede uitwerkingen gehad. De Rooms Katholieke Kerk erkende op verschillende punten haar fouten. Het is opmerkelijk dat het juist de Paus is die als eerste reageerde met inkeer en bezinning na de holocaust en de stichting van de staat Israël. Het Tweede Vaticaanse Concilie kenmerkte zich door vernieuwing en terugkeer naar de bronnen. Daarbij kreeg de verhouding kerk en Israël aandacht. Met Nostra Aetate (1962) was het begin gelegd van de erkenning dat de vervangingsleer fout is. Waarbij ook een schulderkenning plaatsvond van het antisemitische gedrag van de kerk.

De wereld is snel veranderd. De val van de Berlijnse muur was een teken dat bestaande machten wegvielen. Het Midden-Oosten veranderde. De antichrist in menselijke gedaante, als menselijke of institutionele macht, over wereldlijke en geestelijke zaken, is zo goed als compleet in stukken gevallen. Ook de financiële machten vervielen. De westerse (linkse) machten die dachten de democratie te kunnen sturen, zien hun grip op de samenleving verliezen. Helaas dat problemen zoals terrorisme, opstand en partijdigheid overblijven. Machten verdwijnen om plaats te maken voor de Messias.

Onder dit verval van machten gaat de satan om als een briesende leeuw in deze vrije wereld, waarin de mens nog nooit zo’n grote vrijheid van keuze heeft gehad. Wetende dat die vrije keus ook vóór God kan zijn en uit kan lopen op een wereldwijde bekering van een snel groeiende grote hoeveelheid van mensen, zal de satan er alles aan doen om dat tegen te houden.

Ondertussen zijn de beloften voor het joodse volk Israël zich aan het vervullen. Dit na een lange tijd van geestelijk heil voor bijna exclusief de christelijke kerk. De stichting van de staat Israël zorgde voor een bijzondere vervulling van aloude beloften. Dat is ook conform de verwachting, ruim 3 eeuwen geleden, van de Historische visie dat het volk Israël in hun land terug zou komen en bekeerd zou worden. Oftewel de Messias zal zich aan Gods verbondsvolk Israël openbaren. Dit zou dan ook tot vernieuwd heil voor de christelijke kerk zijn en voor verlichting zorgen van alle volken.

Op dit moment bevinden we ons daar, in die tijd, waar de mens zich kan bekeren. Dat is een grote zegen! Midden in het leven van keuzes maken. En midden in de realiteit dat God zich door de Messias elk moment openbaren kan en ook uiteindelijk zal doen in gerechtigheid en vrede. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon, want de apostelen hadden ook deze verwachting.

Er ligt nu wel een bijzondere nadruk op de keuzevrijheid en de daarbij dwingende woorden uit de bijbel: ‘Bekeert u!’. De moeilijkheid van de satan die ons loutert is geen excuus. Eerder een bemoedigende uitdaging. Want juist in zo’n situatie, als een mens zich bekeert, zal God daarop dan niet antwoorden? Bovendien werkt de keus van nu de toekomst uit. In het bijzonder de persoonlijke keus van bekering tot God.

In dat opzicht is het geen afwachten totdat God de tijd en profetieën vervuld. Maar een actieve houding werkt de toekomst uit. De toekomst is afhankelijk van de keus van nu. De visie op de toekomst is alleen positief wanneer er bekering is. Want zo immers kan het zwaarste oordeel teniet gedaan worden. Daarbij hebben we de profeet Jona ten voorbeeld. Het vastbesloten oordeel Gods dat de stad Nineve na veertig dagen verwoest zou worden, werd afgewend door de bekering van de Ninevieten. De toekomst is er niet voor toekomstige bekering. De toekomst is er als hoop voor allen die er nu aan werken en naar uitzien.

“Dan zult gijlieden wederom zien, het onderscheid tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient.” (Mal.3:18)

Schuldbelijdenis over verleden zaken

Kerkelijke schuldbelijdenis over gebeurtenissen uit het verleden

Enige tijd geleden hebben verschillende protestantse kerken en gemeenschappen een zekere schuldbelijdenis uitgesproken naar de Joden. Sommigen formeel, anderen op persoonlijke titel. Er is op dit moment duidelijk een algemene schulderkenning op te merken t.a.v. de houding tegenover de Joden tijdens de tweede wereldoorlog. Vertegenwoordigers van verschillende reformatorische kerken spraken een ‘schuldbelijdenis’ richting het Joodse volk uit op de ambassade van Israël in Den Haag.

Deze dingen stemmen mij tot blijdschap. Dat brengt immers verootmoediging en getuigt van correctie. Een ootmoedige houding siert de kerk, zeker t.o.v. de Joden. En schulderkenning van de kerk is ook echt nodig, het is een respectvolle houding, maar vooral: Het werkt helend, naar binnen en naar buiten. De kerk neemt dan verantwoording en biedt daarmee betere perspectieven, zowel voor zichzelf als voor andere partijen/geloofsgemeenschappen.

Het zou mooi zijn als het een begin is van een meerdere schuldbelijdenissen van de kerk. Nu gaat het over “de nalatigheid van de kerken tijdens de tweede wereldoorlog.” Maar er is nog veel meer recht te zetten. Misschien is het een begin van een algemene bekering/terugkeer tot God. Zoals een persoonlijke bekering ook met schulderkenning begint. Zo kan de kerk ook tot vernieuwing komen.

Wanneer de kerk verder teruggaat in de geschiedenis en ook verantwoording neemt over andere gebeurtenissen, zou het ook helend werken voor het christendom. Vooral als schulderkenning ook in de breedte en in de diversiteit gedragen wordt en dat men elkaar hierin vindt op een aantal punten. De Kruisvaarders b.v. waren ook christenen; waar Protestanten toen nog als het ware Rooms-Katholiek waren. Protestanten en Rooms-Katholieken zouden elkaar hierin kunnen vinden. Ook daar moet verantwoording voor worden genomen. Christenen dragen wereldwijd een gezamenlijke verantwoording af van de geschiedenis. Iedereen beseft dat dit tot verootmoediging moet stemmen. Ergens delen we toch iets gemeen. Dat is Jezus Christus. Maar ook falen hebben we gemeen; geen kerkverband gaat vrijuit.

Schulderkenning terwijl je het niet hebt gedaan

Een collectieve schulderkenning van zaken uit het verleden is mooi. Toch zorgt dit voor discussie. Vragen als dat wij “toch niet schuldig kunnen zijn aan de situatie die zich in een totaal andere tijd heeft afgespeeld”, zijn dan te horen. Soms wordt het als een “te goedkoop gebaar” gezien. Of schuldbelijdenis uitspreken terwijl je tegenwoordig onrechtvaardig leeft kan natuurlijk niet. Zouden geluiden zoals deze niet kunnen voortkomen uit een gebrek aan persoonlijke schuldbelijdenis? Collectieve en persoonlijke schuldbelijdenis, het één kan niet zonder de ander. 

De rechtgeaardheid van schuldbelijdenis ligt naar ik meen in een persoonlijke actuele schuldbelijdenis voor God. Heel wezenlijk en concreet in beleving. Schuld voor God is persoonlijk, net zoals heel de relatie tussen een ziel en God persoonlijk is. Niets is zo persoonlijk als dat. God weet en doorziet alles, tot op de bodem van het hart. Schuld voor God wordt ervaren als oneindig groot en roept uit: “Ik ben de grootste zondaar”. (1Tim. 1:15) Tegelijkertijd is daarbij niets zo groot als God in zijn barmhartigheid die schuldbelijdenis mogelijk maakt. En niets is zo groot als Jezus in wie alle vergeving ligt.

Persoonlijke schuldbelijdenis siert de mens in zijn eigen tijd. En collectieve schuldbelijdenis siert de groep of kerk. In wezen komt het uit God en uit liefde, te beginnen persoonlijk. 

In de discussie is het verschil tussen het persoonlijke en het collectieve vaak een grijs gebied. Die discussie is niet nieuw. Die was er ook al onder het volk Israël toen ze in de problemen zaten in de periode van ballingschap.

Onderscheid tussen persoonlijke en collectieve schuldbelijdenis

De relatie tussen persoonlijke en collectieve schuld kan gevonden worden in de tijd van de profeten. Jeremia en Ezechiël schrijven erover. De vraag was toen of het de schuld was van hun voorgeslacht dat ze nu in ballingschap waren gekomen en tempel werd verwoest etc.

Er ontstond een spreekwoord onder het volk: “De vaders eten onrijpe druiven en de tanden van de kinderen worden stomp.” (Jer. 31:30) Wat zoveel betekent als: De vaders doen het niet goed en de kinderen worden er de dupe van. Dit was het algemene (collectieve) oordeel van God over het volk Israël. Maar velen gingen die woorden persoonlijk betrekken, alsof het vanwege de schuld was van de vaderen en niet hun eigen persoonlijke schuld, dat ze nu moesten lijden. Er werd geen goed onderscheid meer gezien in het collectieve en het persoonlijke. De verkeerde betekenis van spreekwoord, werd door de profeet Ezechiël rechtgezet. (Ez.18:2) Want: Elke ziel lijdt vanwege zijn eigen zonden. (Deut. 24:16) Daarover zal ook in de eerste plaats schuld moeten zijn.

Het lijden is vanwege de eigen zonden

Een kernbegrip uit de Torah “Een ieder zal om zijn zonde gedood worden.” (Deut. 24:16) is een belangrijk aspect in de discussie over schuldbelijdenis over zaken uit het verleden. Het geeft immers duidelijk aan dat we zelf zondig zijn; wij persoonlijk zijn niet schuldig voor de daden van anderen. Dit begrip ging de profeet Ezechiël uitleggen aan het volk Israël. In de tijd van Ezechiël begon het volk Israël de nadruk te leggen op de zonden van de voorvaderen, waardoor zij in ballingschap waren gekomen. De vinger van het volk Israël ging naar hun voorgeslacht: Zij waren de schuldigen. Zo gingen zij het spreekwoord “De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden” op een verkeerde manier toepassen. Het was natuurlijk niet goed dat Israël de beschuldigende vinger uitstak. God gaat door Ezechiël het volk waarschuwen: “Wat is ulieden, dat gij dit spreekwoord gebruikt van het land Israëls, zeggende: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en de tanden der kinderen zijn stomp geworden? Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo het ulieden meer gebeuren zal, dit spreekwoord in Israël te gebruiken! Ziet, alle zielen zijn Mijne; gelijk de ziel des vaders, alzo ook de ziel des zoons, zijn Mijne; de ziel, die zondigt, die zal sterven.” (Ez.18:2-4) Dit, en heel hoofdstuk 18, is een directe verwijzing naar Deut. 24:16. En de verklaring en de toepassing van Ezechiël is dat ieder om zijn eigen zonde al die ellende over zich heen krijgt. Hetzij door collectieve straffen of door persoonlijk onheil; God is daar vrijmachtig in. Job had een welvarend leven in zijn tijd en hij was zelfs een zeer rechtvaardig mens. Toch kwam er allerlei ellende over hem. Ook bij hem was het vanwege zijn persoonlijke zonden.

Hieruit kunnen we leren dat schuldbelijdenis altijd eerst een persoonlijke zaak is, anders is er immers geen schuld. Is dat het niet, dan kan er ook geen vergeving en verlossing plaatsvinden. Want de rechtvaardige “die zal niet sterven om de ongerechtigheid zijns vaders; hij zal gewisselijk leven.” (Ez.18:17) Is er geen persoonlijke schuldbelijdenis, dan kan er ook geen verantwoording worden genomen voor gebeurtenissen uit het verleden. Wanneer die verantwoording niet wordt genomen, kan men ook niet vrij komen van die gebeurtenissen.

Als het dan zo’n persoonlijke zaak is, kunnen we dan wel schuldbelijdenis doen voor verkeerde dingen die door ons voorgeslacht zijn gedaan?

Verantwoording nemen voor het geheel

De persoonlijke schulderkenning is altijd nodig; het is de basis van het erkennen van andere schuld. Het neemt het collectieve als verantwoording op zich. Niet omgekeerd, het begint met een persoonlijke schuldbelijdenis die God uitwerkt in het hart van een mens. Deze krachtige, door de Heilige Geest gewerkte overtuiging neemt het collectieve tot zich; zo iemand neemt de verantwoording, ook voor hetgeen zijn voorgeslacht heeft gedaan. Hij is in staat alle verantwoording op zich te nemen. Het gevolg daarvan zal altijd zijn: “Wij hebben gezondigd”, niet zij, niet het voorgeslacht.

Dit zien we b.v. bij de profeet Daniël. Hij spreekt zich uit met een collectieve schuldbelijdenis, en doet dat vanuit zijn persoonlijke beleving van die schuld: “Wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddelooslijk gehandeld, en gerebelleerd, met af te wijken van Uw geboden, en van Uw rechten.” (Dan.9:5) Dit wordt gezegd door Daniel die juist als een rechtvaardige van zijn tijd leefde. Daniel stelt zich in dit opzicht gelijk aan degenen uit zijn voorgeslacht die echt gezondigd hebben, zoals Achab en andere koningen die deden “wat kwaad was in de ogen des HEEREN” waardoor Jeruzalem werd verwoest.

Daniël kan en wil dit zo zeggen omdat hij zichzelf schuldig heeft bevonden voor God. Hij besefte dat hij al in zonden was ontvangen en geboren. (Ps. 51:7) Hij kende een persoonlijke schuldbelijdenis voor God. Daniel moest uiteindelijk ook sterven vanwege zijn eigen zonden. Hoewel het door genade voor hem een “rusten” was. (Dan.12:13)

Daniëls gebed omvatte naast het persoonlijke ook het collectieve. Dat is een bijzondere eigenschap die uit God komt, een bijzondere manifestatie van de liefde die het geheel zoekt te behouden. Een ziel die persoonlijke genade van God ervaart, zoekt dat te delen met zijn naaste. Hij geeft zich daarvoor over; hij neemt de schuld op zich.

Een volk kan de zegen en de vloek ervaren. De omstandigheden waarin een volk zich verkeerd, kunnen het gevolg zijn van de zonden van het voorgeslacht. Het is duidelijk dat God een volk straft vanwege haar collectieve zonden. Zeker een volk als Israël wat met God in een verbond is gekomen. Het kan een zware last zijn om onder die omstandigheden te leven. En dan gaat het over het collectieve. In dat opzicht gaat het spreekwoord van de onrijpe druiven en stompe tanden wel op en heeft het de juiste betekenis.

In het boek Jeremia wordt het spreekwoord gebruikt daar waar over de toekomstige, rechtvaardige tijd gesproken wordt: “Alzo zal Ik over hen waken, om te bouwen en te planten, spreekt de HEERE. In die dagen zullen zij niet meer zeggen: De vaders hebben onrijpe druiven gegeten, en der kinderen tanden zijn stomp geworden. Maar een iegelijk zal om zijn ongerechtigheid sterven; een ieder mens, die de onrijpe druiven eet, zijn tanden zullen stomp worden. Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken, etc.” (Jer. 31:28-31) Er komen dus betere omstandigheden voor het volk waar niet meer onder de straffen van het algemene collectieve oordeel zal worden geleefd. 

Impliciet kan hier worden gezien dat wat het voorgeslacht heeft gedaan, verstrekkende gevolgen kan hebben voor latere geslachten. “Want Ik, de HEERE uw God, ben een ijverig God, Die de misdaad der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde, en aan het vierde lid dergenen, die Mij haten.” (Ex.20:5)

Verantwoording nemen en nieuwe toekomst

Iemand die zijn schuld erkent kan ook de verantwoording van het voorgeslacht op zich nemen. En dit uiten in gebed. Deze schulderkenning is een zegen. Niet zo zeer om iets van vroeger recht te zetten want dat kan niet meer, dat is geschied. Maar om in het heden recht verder te gaan. Dat is de ultieme boodschap en uitwerking van schulderkenning. 

Daniel kreeg op zijn gebed weliswaar geen verlossing in zijn tijd, maar hij kreeg wel bijzonder inzicht in de toekomstige verlossing en wanneer die zou plaatsvinden. Maar boven alles zag hij dat het zou gaan plaatsvinden. Dat moet hem tot grote troost geweest zijn. Daarmee kon hij en zijn volk, velen door de eeuwen heen en ook wij, verder leven in een vaste hoop.

Schulderkenning en belijdenis neemt de verantwoording over eerder gedane zaken. En dat geeft een vrijmaking van van die zaken. Als dat dan door de kerk als geheel wordt gedaan, collectief, dan maakt de kerk zich ook vrij van die zaak. Met de erkenning van het fout zijn, maakt zij zichzelf vrij voor het heden. Daarmee kunnen de kluisters van het verleden achtergelaten worden. Maar al te lang is geprobeerd de reputatie hoog te houden. Maar dat is niet nodig. Ook de kerk verkeerd in een gevallen toestand net als wij persoonlijk allemaal. Net als het volk Israël, ieder ten voorbeeld. Schulderkenning en berouw over de zonde maakt een nieuw begin, vol van nieuw leven. Leven uit God in de verzoening met met Hem. De is de weg die Hij voorstaat. Die weg zal ook de kerk moeten gaan, door ernstige schulderkenning, schuldbelijdenis en berouw over de zonde, waar tegelijker al direct het goede in ligt. Het nieuwe leven wat zich richting de toekomst ontwikkeld. 

Terugkomend op de erkenning van “de nalatigheid van de kerken tijdens de tweede wereldoorlog”: Het is te hopen dat de schuldbelijdenis in de eerste plaats naar God uitgesproken wordt. Tegen Hem hebben wij gezondigd! Persoonlijk en als gemeente. Laten we hopen dat dit het begin is van een process van verzoening, van vereniging. Met schuldbesef zijn we in staat om 2000 jaar christendom op de juiste wijze kritisch te herzien. We moeten niet terug naar het verleden, maar met een erkenning van het verleden ons daarvan vrij maken en klaarmaken voor de toekomst.

Zeker ten opzichte van de Joden moeten wij niet denken dat wij het bij het rechte eind hebben. Herziening van het verleden is noodzakelijk. Eigenlijk blijft er maar één wonderlijke naam over, en dat is Jezus. En die moet steeds maar weer ontdekt worden. De kerk heeft helaas verkeerde dingen gedaan. Maar vooral ook veel goede dingen. Moge schuldbelijdenis ook gevonden worden onder de goede dingen van de kerk.

Robert Fleming en zijn eindtijd visie

In de 17e eeuw waren er twee Schotse dominees met de naam Robert Fleming, vader (1630-1694) en zoon (1660-1716). Het gaat hier over de zoon, Robert jr. Onderstaand is genomen uit het boek: “Heaven upon Earth, Joseph Mede (1586-1638) and the Legacy of Millenarianism”, Jeffrey K. Jue, 2006, p. 224-225. En vrij vertaald in het Nederlands.

Robert Fleming heeft een bijzonder boek nagelaten: “Apocalyptical Key; An extraordinary Discourse on the Rise and Fall of Papacy, &c., 1701″. Dit is na zijn dood pas bekend geworden toen enkele van zijn opgeschreven voorstellingen uit zijn gekomen.

Hij kreeg onderwijs aan de universiteit van Leiden en Utrecht. Hij diende als dominee o.a. in de vluchtelingenkerk in Leiden. In 1695 volgde hij zijn vader op in de Schotse kerk in Rotterdam. Hij volgde zijn vader ook met zijn chiliastische eindtijdvisie. Hij heeft dit uitgewerkt in zijn publicatie Apocalyptical Key, wat in het Nederlands is vertaald met de titel “De Sleutel tot de Openbaring“. Fleming erkende de bijzonderheden van eerdere Puriteinse uitleggers van het boek Openbaring, waaronder Joseph Mede. Kenmerkend is dat Fleming het rekenkundig synchronisme van Mede volgde wat de regeringstijd van de antichrist stelt op 1260 jaar. Vergeleken met Mede stelde hij echter het begin de regeringstijd iets later vast, namelijk op het jaar 758, omdat in dat jaar de Paus algemene macht kreeg, zowel kerkelijk als seculier. Omdat Fleming voor een jaar 360 dagen telde, dacht hij dat het einde van de antichristelijke macht rond 2000 zou aanbreken. Met de gewone 365 dagen in een jaar zou het rond 2018 zijn. Dat zou dan het begin vormen van het zgn. “duizendjarig vrederijk”, de oordeelsdag die, in navolging van Mede, wordt gezien als een duizendjarige dag van gerechtigheid en vrede. Fleming zei dat “Christus zelf de eer zou krijgen van de verwoesting van die vreselijke vijand, door een nieuwe en opzienbare verschijning van Zichzelf.” [1] Christus zal dan volgens Fleming Zijn koninkrijk oprichten wat zal zijn “de meest voortreffelijke en roemrijke tijd van het christendom.” [2]

[1] Fleming, Robert. (1701) Apocalyptical key. An extraordinary discourse on the rise and fall of papacy, etc. Philadelphia 1843, p. 25

[2] Idem, p. 26

Integratie van Moslims: kan dat wel?

Het zou kunnen, maar het is vrij uitzonderlijk. Ik denk dat het in principe niet kan. Moslims zijn een eigen volk. Ze hebben een profetische basis, als afstammelingen van Ismaël. Ze zwerven in Nederland en overal, maar vormen een eigen volk. Als een broedervolk van de Joden tonen ze overeenkomsten. Zie een beschrijving van deze mening hier. (Engels)

Elk gebed … zelfs ook wat de vreemdeling betreft … luister U dan in de hemel!

Elk gebed … zelfs ook wat de vreemdeling betreft … luister U dan in de hemel! (Gebed van Salomo, 1 Koningen 8:22-53)hands-2274254_960_720 In deze Corona tijd mag er ook uitzien zijn naar betere tijden. Want als er gebed is, dan zal er verbetering volgen. Soms anders dan dat we verwachten. Zoals het gebed van Salomo bij de inwijding van de tempel, zo zal ook het gebed van wie dan ook, blijven hangen bij de Heere God. Vooral het gebed van verslagenheid en overgave, waar men niet weet waarvoor gebeden moet worden, dat wordt gehoord. God weet waarvoor gebeden wordt. Hij weet wat verlossing is. Waar het schepsel naar zucht. Dat is Hem alles bekend, al voordat er gebeden wordt. Zoals bij de tragedie van de vijf omgekomen surfers in Scheveningen. Het is God bekend wat de verslagen gemeenschap nodig heeft. En Hij hoort het gebed.  Of het nu persoonlijk is: “O God, wees mij genadig!” (Ps.51:3) Of dat het met profetische visie is: “Och dat Israel’s verlossing uit Sion kwam!” (Ps.14:7) Of het gehele volk bidt. (Neh.8:7) Een gebed wordt gehoord en geeft toekomst. Want het is Jezus die bidt voor degenen die tot Hem komen. (Joh.17) Het is God, de Schepper die alles begint en uitwerkt. En Hij zal Zijn doel, wat heerlijk is, bereiken! Er is dan hoop!

Boekrecensie: De (weder)komst van Christus

Een bijzonder boek kwam mij in handen van de auteur Aren van Waarde: “De wederkomst van Christus: een gepasseerd station, of nog altijd te verwachten?” In het boek betoogt dhr. van Waarde dat Christus nog moet komen. En hij weerlegt de meningen van degenen die geloven dat Christus al is gekomen in het jaar 70. Het jaar 70 zou de oordeelsdag zijn en alle profetieën zouden vervuld zijn in Christus vanaf Zijn geboorte tot het jaar 70.Screenshot 2020-05-06 at 23.24.32

Die opvatting wordt verdedigd door het preterisme. Het boek is geschreven tegen het preterisme en dat wordt hierin keurig netjes weerlegd. Het is een waardevol boek, temeer omdat er vele bijbelteksten in geciteerd worden.

Het preterisme kent verschillende substromingen. Het gaat hier in het bijzonder over het “volledig” of “consistent” preterisme. Dit preterisme is springlevend! Dat wist ik niet. Het kan bijna niet anders of dit moet samengaan met de vervangingsleer. Ik vraag me dan af: Waarom worden die toekomstige beloften van een heerlijke regering van Christus, wat zichtbaar is op aarde, zo vaak in twijfel getrokken en hier zelfs stellig ontkend? En niet alleen dat, maar die boodschap van het preterisme wordt ook uitgedragen en gretig aangenomen. Dat kun je hier lezen in een artikel over hoe Aren tot het schrijven van zijn boek is gekomen. Je ziet er toch naar uit dat God eindelijk eens geëerd zal worden door Zijn schepsel?

Preterisme is eigenlijk een manier om het boek Openbaringen te verklaren. Zo is er ook futurisme en historicisme. Hierover heb ik al eens eerder geschreven. Gematigde aanhangers van het preterisme gelovigen dat de meeste profetieën van de bijbel al zijn vervuld, maar zij verwachten nog een toekomstige laatste oordeel wanneer Christus uit de hemel komt om de levenden en de doden te oordelen. Dit wordt overigens breed verkondigd in alle gereformeerde kerken, op een paar uitzonderingen na, voor zover ik weet. Men is in staat om ook de bekering van de Joden feilloos in te passen binnen het preterisme. Frappant is dat zij juist de antichristelijke regeringsperiode uit het boek Openbaring in de toekomst plaatsen. En het duizendjarig vrederijk niet, dat is al vervuld. Maar goed, dit is gematigd preterisme. Het boek gaat in op het volledige preterisme. Dat maakt het duidelijk en is zeker aanbevolen om gelezen te worden door gematigde of gedeeltelijke preteristen.

De schrijver pakt in elk hoofdstuk een onderwerp op dat hij inleidt met teksten veelal uit het Nieuwe Testament. Dan laat hij de uitleg van preteristen zien, vaak ook de klassiek kerkelijke uitleg. Teksten suggereren ook vaak deze uitleg, alsof Jezus terug zou komen nog tijdens het leven van discipelen. Vervolgens toetst hij dit aan de bijbel en laat hij dan ook een andere uitleg zien. En die uitleg wordt onderstreept met allerlei teksten, begrippen en verbanden uit de bijbel. Dit is een duidelijke eerlijke bijbelgetrouwe uitleg.

Onderwerpen die worden behandeld zijn onder andere:

  • Beloften van de Heere Jezus
  • De komst van de Mensenzoon
  • Dagen van wraak en de grote verdrukking
  • Barensweeën van de Messias
  • De toekomst van Israël
  • De voleinding van de eeuw
  • Nieuwe hemelen en een nieuwe aarde
  • Met Christus regeren

Wat ik zelf erg aangenaam vond om te lezen, is de uitleg over de “Dag van de Heer”(sic). De dag des Heeren, de Oordeelsdag, de laatste dag, de dag van Christus. Dat zijn voor velen in de kerk vaste bekende begrippen. Maar niemand weet wat het inhoudt. En toch geeft men er een simpele betekenis aan in de zin van: Dat in “een punt des tijds”(1Cor.15:52), in één dag de gehele wereld vergaat door vuur. (2Petr.3:12) En dat is dan het einde van de wereld.

De uitleg is natuurlijk veel genuanceerder. De schrijver wijst op de uitlegregel dat een dag duizend jaar zal duren. (Pag.150-153) Dat is heel mooi. Daardoor maakt hij het mogelijk om de oude Puriteinse uitleg van Joseph Mede (1586-1638) te volgen. Die stelt dat de dag van de Heere, de oordeelsdag, duizend jaar zal duren. Dat is het vrederijk, het rijk waar de rechtmatige Koning Jezus regeert en Zijn goede en barmhartige oordeel uitvoert. Geen mens is in staat dit oordeel uit te voeren. En volkeren ook niet, neem de UN…pfff.. We zijn er allemaal jammerlijk in gefaald. Hoe hard heeft de wereld Zijn oordeel nodig! 

Een ander mooi stuk is dat hij aangeeft wat de bijbel laat zien over hoe de gelovigen zullen regeren met Christus. Een zeer overtuigend beeld wordt hier gegeven dat dit nog toekomst is!

De schrijver dringt overigens niets op; hij laat je zelf oordelen.

Zie verder deze recensie: https://goedbericht.nl/de-wederkomst-een-gepasseerd-station/ 

Het boek is te koop op verschillende plekken, waaronder de uitgever en bol.com.

Zeer aanbevolen!

Wat zegt het Coronavirus ons?

Dat het leven belangrijk is. Wij zijn belangrijk. U/jij en ik, we krijgen persoonlijk betekenis. We hebben een persoonlijke zaak die er toe doet. Hetzij alleen, hetzij met een gezin. Het Coronavirus drijft ons naar binnen, tot onszelf.

Niet meer de vakanties, het reizen, de afspraken, de drive (of verslaving) die de buitenwereld ons geeft, is nu belangrijk. Als je een half jaar geleden iemand vertelde dat dit alles van hem zou worden afgenomen, dan was het antwoord waarschijnlijk: Dat kan ik niet aan, dan heb ik geen leven meer, verschrikkelijk! Maar juist jij zelf, zonder alles eromheen, bent het leven waar het om gaat.Screenshot 2020-05-02 at 19.42.22

Er is nu ook geen kerk meer. Velen vinden dat erg. En het zou natuurlijk ook goed zijn als we weer naar de kerk zouden kunnen. Maar is het wel zo belangrijk om ons daarop te fixeren? Het gezin, jezelf persoonlijk, daar gaat het immers om. Je persoonlijke relatie met God. Je persoonlijke terugkeer, bekering tot God. Je overgave aan God. Dat is belangrijk. Dat is het leven. Het geloof in Jezus is zelfs het eeuwige leven. Dat is wat God zoekt. Niet je kerkgang, maar je hart.

Als er dan geen Heilig Avondmaal is, is dat erg? Nee, het is erg als je zelf niet kunt bidden of de Heere niet kunt vinden in je gebed. Het Heilig Avondmaal kan op die manier ook thuis met gebed. In essentie gaat het om gemeenschap met God.

We hebben tijden beleefd van kerkscheuringen in de 19e eeuw. De Hervormde volkskerk brak in splinters. Honderden splinters. Naar één zo’n splintergroepering gaan wij als gereformeerden, tenzij je een Hervormde PKN kerk bezoekt. Vaak worden die splinters ook hooggeacht. Op zich niets mis mee. Maar hoe belangrijk is het? Gemeenschap staat of valt niet met kerkgang. Juist nu onder Corona stay-home gaat gemeenschap door en krijgt het juist een diepere betekenis. Hoe bijzonder!

We hebben afgelopen jaren veel strijd ervaren binnen huwelijken. Ook daar vielen scheuringen. Eerst de kerkscheuringen en nu de gezinnen. En we hoeven geen profeet te zijn om te begrijpen dat gezinnen belangrijker zijn dan kerken. Daar speelt het zich af. Daar wordt de nieuwe generatie vormgegeven. Daar is God trouwens ook een Helper. Want hoe kan een mens dat zelf? Daar vallen ook de klappen. Als een kerk je niet zint kun je naar een andere kerk, maar een familie draagt haar eigen lasten. Waar echte problemen zijn is geen andere uitweg meer dan God. Want individualisme is ook geen uitweg.

Wat eigenlijk is religie? Religie is geen doel op zich. Het is een middel om ons in godsdienstige vorm te houden. Het kan heel nuttig zijn, maar het kan ook gebruikt worden als een slaafse gewoonte, als een vast patroon wat ons slechts op de been houdt.

En wij allen zijn er gevoelig voor om af te wijken van het doel van ons leven. Wij allen willen graag voor onze eigen doelen gaan. Welke religieuze motivatie er ook achter zit. Dat is inherent aan het feit dat wij allen in de mens Adam ons doel hebben gemist. In die situatie leven wij. En daar moeten wij steeds uit geholpen worden. Alleen God kan dit doen. Daar is de Zoon van de mensen, Jezus, voor geboren.

Deze Zoon die ook Zoon van God is, is in staat om ons hier uit te helpen. Dit uithelpen is altijd een correctie op ons levenspatroon. Misschien is Corona wel een middel om ons levenspatroon te corrigeren. Het wezenlijke immers is het leven. En dat zijn wij. Niet wat we voor dingen doen; business, kerkgang, noem maar op. Niet wat, maar hoe wij leven.

Hoe wij leven, al is het dat we opgesloten zitten in huis. Daar werpt Corona ons wel op terug. Bijzonder dat dit wereldwijd gebeurt. Dat mag ons toch wel weer moed geven! 

Screenshot 2020-05-02 at 19.32.33

Bovenstaande schreef ik n.a.v. een onderwijs video van rabbijn Manis Friedman (28-04-2020). Die ik gemakkelijk kon vertalen naar onze christelijke visie.

Nisjmat – gebed van Petrus

Velen zullen het wel vreemd vinden als ze horen dat de apostel Petrus een orthodoxe Jood was die samen met Jacobus in Jeruzalem hoog geacht werd door vele Joden aldaar. Tot het einde van hun leven. Petrus liet door zijn dichterlijke eigenschappen een paar mooie gebeden na. Eén daarvan is Nisjmat. Dat (volgens enkele aanwijzigen[1]) zou in de joodse gebedenboeken terecht zijn gekomen en wordt tot op de dag van vandaag in de synagogen gelezen op Sabbat en op Pesach. Ik kwam een Engelse vertaling tegen tijdens mijn onderzoek voor het boek dat ik inmiddels heb geschreven en aan het afronden ben. Ik vond het zo mooi dat ik het nuttig en fijn vond om het zomaar eens direct in het Nederlands te vertalen. 

Hieronder mijn vrije vertaling van een Engelse vertaling van het Hebreeuwse gebed dat hier, op www.beliefnet.com te vinden is.

Alle levende ziel zal Uw Naam loven, o Heere onze God! En de geest van alle vlees zal Uw gedachtenis altijd roemen en prijzen, o onze Koning!

Van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God en wij hebben geen andere Koning, Losser en Verlosser, die ons vrijmaakt, uithelpt, ondersteunt, en ons erbarmen toont ten tijde van nood en angst. Wij hebben geen Koning dan U, God van het begin en het einde, God van alle schepselen, Heer van alle eeuwen, verheerlijkt door menigten van lofprijzingen. Die Zijn wereld leidt met liefde en Zijn schepselen met mededogen.

De Heere sluimert niet en slaapt niet. Hij doet de slapers opstaan en ontwaakt de sluimeraars. Hij laat de stommen spreken en de gebondenen stelt Hij in vrijheid. Hij ondersteunt de gevallenen en richt de gebukten op.

Aan U alleen geven wij onze dank! Al ware onze monden vol van zang als de zee, en onze tongen vol van jubel als haar miljarden golven, al waren onze lippen vol van lofprijs als het ruime hemelrond, en al schenen onze ogen als de zon en de maan, en onze handen uitgestrekt als de arenden, en al waren onze voeten zo gezwind als de hinden, we zouden U nooit genoeg kunnen danken, o Heere onze God en God van onze voorvaders! Of hoe zouden wij Uw Naam kunnen zegenen voor ook maar één van de duizenden duizendtallen en myriaden of goedgunstigheden die Gij deed voor onze voorvaders en ons!

U verloste ons uit Egypte, Heere onze God! En stelde ons in vrijheid vanuit het slavenhuis. In hongersnood voedde U ons; in tijden van overvloed verdroeg U ons. Van het zwaard verloste U ons; aan de plagen liet U ons ontsnappen; en voor zware blijvende ziekten spaarde u ons.

Tot nu toe heeft Uw genade ons geholpen. Uw goedheid heeft ons niet beschaamd. Daarom zullen de organen die U in ons heeft gevormd, en de geest en bezieling die U in onze neusgaten blies, en de tong die U in onze mond heeft geplaatst, die allen zullen U danken en zegenen, verheerlijken en prijzen, roemen en verheffen, heiligen en eren Uw Naam o onze Koning! Want alle mond zal u dankzeggen en alle tong zal U trouw toezeggen, alle knie zal voor U buigen; alle staanden zullen buigen voor U en alle harten zullen U vrezen, en alle innigste gevoelens en gedachten, zullen lof zingen voor Uw Naam, zoals geschreven is: “Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover.” (Ps.35:10)

Wie is als U? Wie is gelijk aan U? Wie kan vergeleken worden met U? O grote, machtige en vreselijke God, Allerhoogste God, Schepper van hemel en van aarde! Wij zullen u loven, prijzen en verheerlijken, en zegenen Uw heilige Naam, zoals gezegd is: “Een psalm van David: Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam.” (Ps.103:1)

Ja, Heere, in Uw absolute macht, groot in de glorie van Uw Naam, machtig tot in eeuwigheid, en vreselijk in Uw ontzagwekkende daden! O Koning, die zit op de hoge en verheven troon!

—-

Enkele bronnen voor de geïnteresseerden: 

[1] Bekkum, W. (2005). The Poetical Qualities of The Apostle Peter in Jewish Folktale.

[1] Shimon Halevi Horovitz, Machzor Vitri, (Berlin: bi-defus shel Ts. H. Ittskavski, 1889), p.282. Dit wordt ook behandeld in Wout Van Bekkum, “The Rock on Which the Church is Founded,” Saints and Role Models in Judaism and Christianity (Brill, 2004), p.300 and “Nishmat Kol Hai,” Encyclopedia Judaica CD ROM Edition, Judaica Multimedia (1997).

[1] Y.D. Eisenstein, Otzar HaMidrashim (New York, NY: Reznick, Menschel & CO, 1928), p.557-561. English translation from Wout Van Bekkum, “The Rock on Which the Church is Founded,” Saints and Role Models in Judaism and Christianity (Brill, 2004), p.299-300.

[1] Finkel, Abraham Jaakov. (1997), Sefer Chasidim, p.85

 

Strijden met Nazi demonen – Werner Oder

Werner Oder geeft een beschrijving in zijn boek “Battling with Nazi Demons, from anti-semitism to Zionism (2011)” van de weg die hij ging vanuit de meest duistere periode van de geschiedenis naar het licht. Er is inmiddels een nieuwe uitgave beschikbaar. Bijzonder is dat hij ook liefde kreeg tot het Joodse volk. Hij leerde: “Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal ik vervloeken.” (Gen.12:3) En hij leerde dat Jezus een Jood is.

Een waardevol boek met veel bijzonderheden.

Op dit moment geeft FFOZ een video documentaire vrij over deze bijzondere persoon. Zeer aanbevolen!

Kijk hier: https://escape.ffoz.org/  “Escape from Nazi demons”

Screenshot 2020-01-27 at 21.25.13