Groepsverband en collectieve schuld

Een plaatselijke kerkelijke gemeente is een groepsverband. Een groep heeft verbondenheid met elkaar. Een groep identificeert ook; het is bepalend of je lid bent of niet.

Een groepsverband kan ook groot zijn zoals een kerkverband in Nederland. Je zou zelfs kunnen stellen dat alle christenen ook één groep vormen, zoals Joden en Moslims dat dan ook zijn. Een christen voelt zich dan ook met christenen wereldwijd verbonden. Hij identificeert zich ermee.

Het kan natuurlijk dat hij het totaal niet eens is met christenen die er heel andere praktijken op nahouden dan hij geoorloofd vind. Daarom voelt hij zich ook thuis in een beperkte groep van redelijk eensgezinde mensen. Dan is het een nog wat nauwere identificatie. Je zou kunnen zeggen het gaat zo: Ik ben christen. Net zoals b.v. Afrikaanse christenen. Maar ik ben ook Protestant. (Nu behoor ik niet meer tot het katholieke deel in Afrika.) En ik ben van de Protestantse Kerk in Nederland. (Nu behoor ik niet meer tot het wereldwijde protestantse deel.) En ik ben van die conservatieve gemeente in Staphorst. (Nu behoor ik niet meer tot die vrije gemeente in Staphorst.) En ik zit op de vrouwenvereniging enz. Dit zijn allemaal identificeerders die uiteindelijk aangeven wie je bent. Want je bent nooit vrij van het gezamenlijke. Iedereen heeft iets collectiefs, iets gemeenschappelijks. Naast het persoonlijke.

Sinds de Reformatie is de nadruk op de persoonlijke zaligheid komen te liggen vanwege de leer van de persoonlijke verlossing door genade. Een persoonlijke verlossing door verlening van persoonlijke genade samengevat in persoonlijke rechtvaardigmaking voor God. Een prachtig leerstuk voor de gevallen mens.

Maar het vervelende is dat het collectieve aspect van de gemeente van christenen daardoor naar de achtergrond is geraakt, met name na de tijd van de vele kerkscheuringen. En misschien ook wel daardoor. Daarbij heeft de individualisering van de afgelopen tientallen jaren bijgedragen aan een nog meer eigengerichtheid van de westerse mens. Nu is men heel erg op het persoonlijke gericht. Persoonlijke schuld en persoonlijke vergeving. Daarnaast is er gelukkig wel aandacht voor de medemens, maar dat is vooral ook gericht op het individu.

Het gezamenlijke karakter van mensen, van groepsverbanden zoals kerkelijke gemeenten, verdient zo te zien meer aandacht. Er zou meer gezamenlijke verantwoording moeten worden genomen. Meer gezamenlijke schulderkenning. Want er zijn zoveel fouten te traceren in onze voorgeschiedenis. Het begint met Adam. Alle mensen moeten hun schuld erkennen in de fout van Adam dat hij gezondigd heeft tegen God door ongehoorzaamheid aan het gebod dat hij van die boom niet mocht eten. Want wij identificeren onszelf toch ook met Adam? En dan de wereldgodsdiensten, met name het jodendom, de islam en het christendom. Zij moeten erkennen dat er onderlinge fouten ten opzichte van elkaar zijn gemaakt, wat globaal bij alle drie om Jezus draait. Kerken moeten erkennen dat er fouten zijn gemaakt, met name ten opzichte van het Joodse volk. Plaatselijke kerkelijke gemeenten moeten hun fouten erkennen. Gezinnen, enzovoort.

Net als dat een mens persoonlijk schuld erkent en het daardoor het weer goed maakt en in vrede komt, zo moet een groep dat ook doen. Wordt dat niet gedaan, dan zal deze schuld als een blok aan het been blijven hangen voor het nageslacht wat zich identificeert met die groep.

In de bijbel hebben we het voorbeeld van het volk Israël. Dat volk wordt in haar geheel gezegend of vervloekt, behouden of verloren. Dat volk heeft een verbondsmatige relatie met God. Iedere Jood is met dit volk geïdentificeerd. Veel profetieën gelden ook voor het volk als geheel. God heeft hier een relatie met dat volk.

Een gezin heeft ook een verbondsmatige relatie met God. Dat komt tot uitdrukking in de kinderdoop. Als de ouders gelovig zijn, hoort hun kind daar ook bij. Dit geeft ook gezamenlijke verantwoordelijkheid. Als een kind een andere weg verkiest zijn ze daar niet aansprakelijk voor. Maar ze delen wel in de schuld; ze zijn zelf niet beter.

Zo hebben ook groepen of kerkverbanden een gezamenlijke relatie. En die gezamenlijke relatie moet onderhouden worden. Er is een gezamenlijke verantwoording. En als er ooit een gezamenlijk besluit genomen is wat fout was, dan moet daar achteraf ook gezamenlijk verantwoording voor worden gedragen. Dat is inherent aan een groepsverband.

Persoonlijke en collectieve schuld

Eind vorig jaar schreef ik een stukje over “schuldbelijdenis over verleden zaken“. Daarin gaat het over gezamenlijke schuld. Of met een ander woord: collectieve schuld. Daarin schreef ik ook dat het beleven van collectieve schuld is verbonden met persoonlijke schuld. Of anders gezegd, als je jezelf niet schuldig voelt, dan zul je zeker niet bereid zijn om te delen in collectieve schuld.

Persoonlijk zijn we in principe allen schuldig ten opzichte van God. God is heilig, volmaakt, zonder zonde. En wij voldoen niet aan die kwaliteiten. Het besef daarvan verootmoedigt en maakt bescheiden.

Maar we kunnen ook gezamenlijk schuldig zijn of zijn geweest. Het kan zijn dat je je tot een bepaalde groep aangetrokken voelt, zoals een kerkverband. Zo’n groep kan wel eens dingen fout hebben gedaan. Omdat je erbij hoort wordt ook jouw verantwoording daarin gevraagd.

Als die groep je lief is, dan kom je er voor op. Dat kan b.v. door de fouten uit het verleden te vergoelijken, wat natuurlijk niet de juiste manier is. Maar dat kan ook door de fouten te erkennen en te belijden als fouten. Dat is erkenning van dat die groep schuldig is geweest.

Schulderkenning kan heel helend en bevrijdend werken. Je wist namelijk het probleem uit door vergeving. Want God vergeeft. En je kunt weer schoon verder de toekomst in.

Het is bekend dat de rol van veel kerken bij de deportatie van Joden niet goed is geweest. Als de leiding van de kerk er aan heeft meegewerkt, of niet heeft geprotesteerd tegen wat er gebeurde, dan is de leiding schuldig geweest. Als dit jouw geliefde groep/kerk is die dat deed, dan ben je daarmee geïdentificeerd en zit je met de schuldvraag. Je kunt de schuld op je nemen. Je belijdt dan de schuld die vroeger is gedaan. Die schuld kan je niet meer belijden aan de slachtoffers, want die leven niet meer. Het is schuldbelijdenis voor God. En die vergeeft daarop en daardoor kan je verder. 

Dat kan ook een gezamenlijke schuldbelijdenis worden als het merendeel, of de vertegenwoordiging van de groep, ook die schuld belijdt. Het wordt dan een publieke zaak en dat kan resulteren in een herstel van relaties.

Gezamenlijke verantwoording nemen is nodig. Want een mens leeft niet op zichzelf. Wij leven samen. Individualisme is niet goed. Uiteindelijk breekt dat de mens op. Het lijkt erop dat de aandacht van het protestantisme voor het persoonlijk zieleheil dit geestelijk individualisme uiteindelijk ook behoorlijk in de hand heeft gewerkt.

Een gezamenlijke schuldbelijdenis werkt ook helend en bevrijdend voor die groep. Dat geeft verlossing van voorheen gemaakte fouten. Het is een bevrijding uit de kluisters van de geschiedenis. Dat maakt dat er weer in vrede kan worden verder gegaan. Er is dan plaatsvervangende schuldbelijdenis nodig om de vroegere schulden voor Gods aangezicht neer te leggen met gebed om vergeving. Onder erkenning van schuld. Dat biedt een betere toekomst.

Zie verder dit mooie atikel: https://www.biddeniseenweg.nl/visie/verootmoediging-en-berouw/129-plaatsvervangend-schuld-belijden-waarom-zouden-we

Waar recht en oordeel ontbreekt

In het boek Prediker staat: “Omdat niet haastelijk het oordeel over de boze daad geschiedt, daarom is het hart van de kinderen der mensen in hen vol om kwaad te doen.” (Pred.8:11)

Een mens is geneigd tot het kwade. Dat geldt voor iedereen; geleerden en ongeleerden, wijzen en dwazen, rechtvaardigen en goddelozen. De satan wil het hart tot het kwade bewegen. Of dwingt het soms. Dit wordt tegengehouden door een rechtsinstituut of meer persoonlijk, door de Tien Geboden. Maar als er geen ‘recht’ is; geen wetgeving die uitgevoerd wordt, dan komt het simpelweg niet goed met een samenleving van mensen.

Eigenlijk leeft de mens in een spanning tussen goed en kwaad. En hij wordt uitgedaagd om keuzes te maken. Als het ‘recht’ verdwijnt, en goed en kwaad vervaagd, dan gaat die spanning ook weg en worden mensen gemakkelijk volgers van de massa. Dan voelt het goed aan om mee te lopen met de hoofdstroom. Terwijl de hoofdstroom misschien wel fout bezig is op bepaalde punten.

Dit is precies wat er de afgelopen decennia is gebeurd in het Westen. In Nederland is dit duidelijk zichtbaar. Er is een ‘main stream’ ontstaan die eigenlijk niet eens weet wat ze doen en waar ze voor leven. En als ze iets van zingeving weten, dan is het hun agenda die ze voorstaan in de zin van ‘liberaal zijn’ wat zich afzet tegen ‘conservatief zijn’.

Hoe komt dat? Ik meen dat het komt omdat God Zich terugtrekt uit de publieke samenleving en zelfs uit de persoonlijke omstandigheden. In die zin dat er geen duidelijke Goddelijke reactie meer is op goede en slechte daden. Prediker zegt: “Omdat er niet direct een straf op de slechte daad volgt, daarom is het hart van de mens vol om slecht te doen.” Als God niet meer straft dat is dan heel erg. Want God de Vader kastijdt zijn kinderen. “Zo wie Ik liefheb, die bestraf en kastijd Ik.” (Op.3:19) Het is een ernstig oordeel wanneer God Zich terugtrekt, maatschappelijk en persoonlijk.

Kijk, als een mens slecht doet en hij krijgt direct straf, dan laat hij het wel om nog meer slecht te doen. Gelukkig hebben wij een land waarin de wet door de politie wordt gehandhaafd. Maar in hoger opzicht, naar de hoogste autoriteit gekeken, is dat anders. God straft een mens niet direct. Wij zijn vrij, in zeker opzicht, terwijl we toch in zonden leven. Die vrijheid wordt ons genadig gegund door God. Wij worden in dit leven uitgedaagd te kiezen tussen goed en kwaad voor zover wij dat met ons verstand weten. En waar Gods-vrees is en in een land waar God wordt aangebeden, daar verkeert men onder een gezonde spanning om voor het goede te kiezen.

Die gezonde spanning is helaas weg daar waar men roekeloos met God omgaat. Daar verdwijnt ook God op den duur. Helaas moeten we constateren dat we in die tijd terecht zijn gekomen. Theoretisch gezien is het einde van zo’n tijdperk een hart vol met boosheid, zoals de tekst uit Prediker aangeeft. En het ergste is als een mens sterft en zijn straf komt na de dood, voor eeuwig.

Maar gelukkig is er ook een positieve kant. Want God ziet zeker wie er onder deze omstandigheden wel goed doen. En dat goed doen kan op een heel eenvoudige manier. God ziet het hart aan en weet de intentie en motivatie van de keus. Het kan ook een heel eenvoudig geloof zijn op de gemaakte keus. En op dat alles zal de vergelding een keer komen. God is recht.

Geloofd zij de Koning der koningen. Die ooit Zijn goedheid zal laten blijken.

Beoordelen en keuzes maken

Ik zie dat ik onder de categorie ‘”Exegese” al verschillende artikelen heb staan. Maar wie ben ik om de tekst van de bijbel te verklaren? Dan pretendeer je nogal wat. Tenzij je natuurlijk iemand anders naspreekt. Dan is het slechts herhaling. 

Toch is het goed om zelfstandig te onderzoeken. Wij zijn juist geschapen om dat te doen. We zijn niet zomaar volgers van paden die door een ander zijn gebaand. We zijn geen robots die een programma volgen. Maar wij worden juist geplaatst op splitsingen waar we een keus moeten maken. Soms kan dat zo heftig zijn dat we niet eens weten wat we moeten doen. 

Maar juist op die momenten kijkt God wat we kiezen en waarom we die keus maken. Kiezen is belangrijk. Wij zijn bedeeld met kennis van goed en kwaad en we hebben de vaardigheid om te kiezen, gebaseerd op ons verstand. En zelfs al hebben we misschien de verkeerde keus gemaakt, achteraf gezien, omdat het zo moeilijk is; God ziet het hart aan en de motivatie. Hij oordeelt volkomen rechtvaardig op de keus van zijn schepsel. Dan vond God het maken van die keus misschien wel goed, terwijl het naar mensenoordeel fout was. God ziet en weet alles en Zijn oordeel is altijd goed.

File:Vrouwe Justitia-beeld op de Civiele Griffie, Burg 11 2, Brugge.JPG -  Wikimedia Commons

In de bijbel komt heel sterk naar voren dat je jezelf moet oefenen in het kennen van goed en kwaad. Daar werden de kinderen Israëls voortdurend in getraind. Natuurlijk in verschillende rolllen. Je had priesters en gewone werklieden bijvoorbeeld. 

Paulus was ook zo iemand die probeerde zijn gemeenten te trainen, onderwijs te geven. Zo ook in zijn brief aan de gemeente van Filippi. De eerste instructie, of eigenlijk bede die hij geeft is dat de liefde moet toenemen in “erkentenis en alle gevoelen”. Dat komt wat onduidelijk over maar het ziet op herkennen en gevoelen. Herkennen doe je met je verstand en gevoelen is meer het intuïtieve of misschien wel het bovennatuurlijke; iets wat je niet direct kan uitleggen. Je zou kunnen zeggen zowel met je verstand als met je gevoel het juiste zicht hebben op iets; het juiste oordeel hebben. Gedreven door de liefde. 

En waarom? 

“Opdat gij beproeft de dingen, die [daarvan] verschillen, opdat gij oprecht zijt.” Paulus raakt hier het wezen van de mens. En het zal niet voor niets zijn dat hij dit als eerste noemt in zijn brief; het is belangrijk. 

“Opdat gij beproeft”. Beproeven is het werkwoord wat hier belangrijk is. Beproeven of iets goed of kwaad is. Daar gaat het om en dat door de liefde, zelfstandig, gedreven door een liefdevol oordeel. 

Beproeven van dingen die “verschillen”. Het woordje “daarvan” is toegevoegd door de statenvertalers voor de leesbaarheid. Het is hier eigenlijk wat misleidend omdat het naar de liefde verwijst. Maar is textueel niet nodig om daarnaar te verwijzen. Dan lees je beproeven van de verschillen. Het beproeven van de dingen die goed zijn en die kwaad zijn. Want die dingen komen we in het leven gegarandeerd steeds tegen. 

Zaken in het leven tegenkomen waarin goed en kwaad zit. Daar moeten we mee om weten gaan. 

Want Paulus wil dit dat we “vervuld [zijn] met vruchten der gerechtigheid”. Gerechtigheid is recht doen. Dat heeft de Heere Jezus gedaan, maar dat moeten wij ook doen. God vraagt dat en Hij vraagt niet iets wat niet kan. Hij kijkt ook niet of we het perfect doen. Maar juist veeleer op hoe wij reageren op wat wij fout hebben gedaan. Willem we het dan in het vervolg beter doen? Willen we leren rechtvaardig te handelen? 

Ja, dat is volgens mij wat Paulus ons toe bidt. Zo lees ik het tenminste. 

Hierbij nog even de tekst:

“En dit bid ik [God], dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis en alle gevoelen; Opdat gij beproeft de dingen, die [daarvan] verschillen, opdat gij oprecht zijt, en zonder aanstoot te geven, tot den dag van Christus; Vervuld met vruchten der gerechtigheid, die door Jezus Christus zijn tot heerlijkheid en prijs van God.” (Fil.1:9-11)

NB: Een paar dagen na het publiceren van dit artikel las ik een boekrecentie waarin staat: “Uit onderzoeken blijkt steeds duidelijker dat verstand en gevoel geen tegenstanders hoeven te zijn maar elkaar juist goed kunnen aanvullen.” Meer waardering voor het gevoel zou in onze tijd inderdaad best mogen.

De Joodse Apostelen en de eerste Christenen – publicatie

[Update: Het boek is inmiddels bij uitgeverij Boekscout te bestellen. Zie hiervoor ook deze post.]

D.V. 9 juli is de verschijningsdatum van mijn boek: “De Joodse Apostelen en de eerste Christenen. Het onderscheid tussen Jood en niet-Jood.” Uitgeverij Boekscout zorgt voor de uitgave.

In het boek wordt aangetoond dat de apostelen Joods waren en leefden, hun leven lang. Wat wij ‘christelijk’ noemen, paste binnen hun jodendom. In het eerste deel wordt uitleg gegeven aan het onderscheid van Joodse- en niet-Joodse gelovigen. Het tweede deel gaat over de apostelen Paulus, Petrus, Jakobus en Johannes.

Met de erkenning van het Joodse volk als volk van de Bijbel met haar beloften, zal het ook een plaats in de theologie moeten krijgen. Inherent betekent dit dat de vervangingsleer fout is. Dat roept vragen op en zorgt voor discussie. Dit boek probeert hierin te ondersteunen. Het biedt een oplossingsrichting aan door te erkennen dat het Joodse volk een blijvend onderscheid heeft.

Hierbij een Fragment uit het boek:

“Het grootste struikelblok om te geloven dat Paulus altijd een joods man was in leer en leven, is gelegen in zijn vermeende anti-Judaïstische theologie. De algemene theologische verklaring van Paulus’ brieven zoals de kerk in het algemeen die al zo’n twee millennia voorstaat, heeft van Paulus een nieuwe niet-Joodse persoon gemaakt. Geen onderscheid meer tussen Jood en niet-Jood. Paulus is geworden als iemand die tegen het houden van de joodse wet is, zoals de spijswetten en feestdagen. In meest radicale opvatting zelfs, dat hij de Wet als zodanig niet meer nodig zou achten in haar uitvoering. Dit is een aloud misverstand, dat uit de volgende paragrafen zal blijken, waar het Nieuwe Testament wordt geraadpleegd.

Zoals eerder aangegeven was er in het begin een joods en een niet-joods deel onder de gelovigen. Vanuit wat Paulus schreef, is zijn persoon opnieuw ontstaan door algemene christelijke opvattingen. Deze opvattingen staan los van de joodse context. Paulus was in plaats van Jood, Christen geworden. Diegenen die menen dat Paulus na zijn bekering niet meer joods was in leer en leven, baseren dit op zijn theologische uitspraken die met name voor de niet-Joden waren bedoeld. Paulus schreef voornamelijk aan niet-Joodse gelovigen die de Torah niet hoefden te houden. Tegenwoordig zijn er veel wetenschappers die bewijzen dat (de historische) Paulus altijd joods is gebleven.” (p.91-92)

Inhoudsopgave:

Voorwoord 1
Terminologie 3
Verantwoording 5
Inleiding 6
Onderzoeksvraag 13

Deel 1: De scheiding van Jood en Christen 14
Wie is Jood, wie is Christen? 18
Joodse gelovigen, het begin 21
Niet-Joodse gelovigen traden toe 28
Verzelfstandiging niet-Joodse- en verwijdering Joodse gelovigen 31
Jeruzalem werd Rome 39
Het lot van de Joodse gelovigen 47
Het blijvend onderscheid van de Jood 56
Joods evangelie voor niet-Joden 58
De Wet 64
Anti-Judaïsme 68
Vreemdeling en bijwoner 73
Jood en Christen in onze dagen 76
Conclusie 79

Deel 2: De Joodse Apostelen 83
Volgelingen van de Joodse Jezus 88
De Joodse Paulus 91
Lukas over Paulus in Handelingen 96
De brieven van Paulus algemeen 103
De brief aan de Romeinen 111
De brief aan de Galaten 117
De Joodse Petrus 121
Paulus over Petrus 121
Lukas over Petrus in Handelingen 123
De brief van Petrus 124
Petrus uit andere bronnen 131
De Joodse Jakobus 135
Lukas over Jakobus in Handelingen 138
Paulus over Jakobus in zijn brief aan de Galaten 140
Jakobus uit andere bronnen 141
De brief van Jakobus 144
De Joodse Johannes 148
Johannes en zijn evangelie 152
De brieven van Johannes 161
Conclusie 165

Eindconclusie 170

Excurs: De Torah 174
Excurs: Historisch en profetisch perspectief 179
Excurs: Gouden regel van Hillel 185
Excurs: New Perspective on Paul 189
Excurs: De Noachidische geboden 194
Abstract 207
Bibliografie 210
Afbeeldingen verantwoording 217

Der Judenfrage

Wat moeten we met de Joden? Is weer een uiterst actuele vraag.

Toen in de 19e eeuw de Paus zijn macht meer en meer ging verliezen over de Europese landen, zoals het toenmalig Habsburgse rijk, kwam in Europa het idee op om eigen regeringen te vormen voor de eigen naties. Een onafhankelijke nationaliteit. Er kwam een soort van herverdeling. Er ontstond een nieuw Europa waar alle volken een plekje kregen, in of buiten Europa.

En de Joden dan? Zij hadden geen nationaliteit maar waren wel een volk met eigen duidelijke identiteit. Hier werd het jodenvraagstuk geboren.

Deze herverdeling van landen binnen Europa gebeurde ook in het Midden Oosten onder het Ottomaanse Rijk. Toen ontstond b.v. het huidige Irak. Dit ging gepaard met veel oorlogen en toen werd de Volkenbond (wat nu VN is) opgericht met als doel de oorlogen te beëindigen. Alle volken kregen wel een nieuwe nationaliteit. Zelfs de Belgen;)*

Maar wat moesten ze met de Joden? Ze leefden onder alle nationaliteiten en dat werkte niet. Dat zagen vele Joden zelf ook en er kwam een proces op gang (Zionisme) om de Joden ook een land te geven zodat zij een eigen natie konden worden. Het koste twee wereldoorlogen, maar daaruit voort kwam dan toch de Joodse natie Israël in 1948.

De Joden gingen voortvarend een natie opbouwen, maar de Arabieren accepteerden deze natie niet. Ook de toen door de volkenbond voorgestelde verdeling niet. Israël terug op de kaart kon simpelweg niet volgens de Islam. Er kwam strijd. De vluchtelingen zijn Palestijnse vluchtelingen gaan heten en de mensen die er bleven wonen noemden zich Palestijnen. Maar nu hadden die ineens geen land want ze accepteerden de verdeling van de Volkenbond niet.

Iedereen wat in Europa en Midden Oosten, behalve de Palestijnen. Er kwam opstand. Yasser Arafat mobiliseerde een Palestijns volk. Nu was er een Joods volk met een eigen natie en een Palestijns volk die een eigen natie niet accepteerden. Vooral de radicalen lieten zich horen en zouden de Joodse natie nooit accepteren, nergens.

Lange tijd is de vraag geweest: Wat moeten we met die Palestijnen? Maar het lijkt er in deze tijd op dat de kernvraag weer terugkomt in uiterst actuele vorm: Wat moeten we met de Joden?

Eigenlijk wel een hele mooie vraag. En het raakt tijd dat we die als mensheid gaan beantwoorden. We moeten de Joden accepteren met hun Heilige Schrift; wat als eerste inhoudt, met name voor het Westen: God accepteren. En dat zoals Hij Zich geopenbaard heeft in die Heilige Schrift.

En wat betekent dat dan? Hoe interpreteren we dan die Schrift? Laten we daar met zijn allen voorzichtig mee omgaan. En beginnen met het eerste gebod: Heb uw naaste lief als uzelf. 

Shalom.

[*] Nederlanders en Belgen grappen altijd over elkaar.

Eén wet voor allen

In Lev.24:22 staat: Enerlei recht zult gij hebben; zo zal de vreemdeling zijn, als de inboorling; want Ik ben de HEERE, uw God! (SV)

One law shall be exacted for you, convert and resident alike, for I am the Lord, your God.

 מִשְׁפַּ֤ט אֶחָד֙ יִֽהְיֶ֣ה לָכֶ֔ם כַּגֵּ֥ר כָּֽאֶזְרָ֖ח יִֽהְיֶ֑ה כִּ֛י אֲנִ֥י יְהֹוָ֖ה אֱלֹֽהֵיכֶֽם: (Chabad)

Ye shall have one manner of law, as well for the stranger, as for the home-born; for I am the LORD your God. (JPS)

Dit werd gezegd door Mozes tot het volk Israël toen ze uit Egypte waren getogen op weg naar het beloofde land. Dat gebeurde naar aanleiding van een gebeurtenis dat een man van Israëlische komaf in de naam van God (expliciet JHWH) een vloek uitsprak over een man van Egyptische komaf, omdat ze ruzie hadden. Het gevolg was dat Mozes een aantal wetsbepalingen gaf. (De Israëlische man moest gestenigd worden.) Voor zowel etnische Joden als bekeerlingen gold eenzelfde wet.

Het is goed te begrijpen dat hier later moeilijkheden over waren bij de eerste gemeenten van joodse christenen. Hoe moest er worden omgegaan met niet-joodse gelovigen die zich tot de joodse Messias en gemeente voegden? Moesten zij de wet gaan houden net zoals bekeerlingen? Moesten zij zich ook bekeren tot het jodendom?

Het Hebreeuwse woord ‘ger’ in Lev.24:22 betekent letterlijk vreemdeling. Maar in de context en het gebruik van betekenis op deze plaats en meerdere plaatsen in de Tora, betekent het ook ‘bekeerling’. De Egyptenaren die waren meegegaan met het volk Israël waren inmiddels al besneden en vielen onder de instellingen voor het volk Israël, zoals het onderhouden van de sabbat. Zij waren Joods geworden.

In de brief van Paulus aan de Galaten is te zien dat er over dit vraagstuk moeilijkheden waren. Er waren heel wat joodse christengelovigen die dachten dat Lev.24:22 opging voor deze niet-joodse christengelovigen. Er was toch immers maar één Tora?

Paulus gaf een doorslaggevend oordeel. In navolging van het besluit van Jakobus en Petrus tijdens het apostelconvent in Handelingen 15. De niet-joodse christengelovigen hoefden zich niet te houden aan de regelgeving zoals die voor Joden is bedoeld. Zij konden niet-joods blijven en toch delen in de gemeente van gelovigen in en onder Jezus de Messias. Dat was ook het ultieme messiaanse rijk wat de Joden voor ogen hadden: De Joden en de volkeren wereldwijd onderworpen aan God door het geloof in de Messias als de Koning van de wereld. Dat zou het vrederijk zijn.

Dan is er nog steeds één blijvende wet, één Tora. Daar waren alle apostelen zich terdege van bewust. Er was wel onderscheid in groepen mensen waarvoor verschillende regels van toepassing waren. En dat is nog steeds zo. Er zijn bijvoorbeeld wetten voor priesters, voor de gewone burgers van Israël, maar ook voor de volken, de niet-Joden. De wetten voor de volken worden door het Rabbijnse jodendom de Noachidische wetten genoemd. In Handelingen 15 noemt Jakobus enkele van deze wetten die de christenen uit de volkeren zouden moeten houden. Simpelweg komt dat overeen met de Tien Geboden minus de preambule en het sabbatsgebod.

In Lev. 24:10-23 gaat het over een vloek uitspreken. Dat mocht die Israëlitische man ook niet; hij mocht zijn Egyptische broeder niet kleineren door er boven te gaan staan met zijn spirituele vaardigheden. God is een God van alle mensen. En Zijn oordeel is gelijk en rechtvaardig voor alle mensen.

Sabbat of zondag?

De aloude vraag kwam pas weer even in de publiciteit door een artikel in het Reformatorisch Dagblad. (RD, 6-3-2021, Zondag is jarig: 1700 jaar officiële rustdag.) Daarop kwamen drie kritische reacties. (RD 20-3-2021, rubriek Opgemerkt.) [Update: nog een reactie: Zuinig op Zondag, RD, 30-4-2021.] Hieruit blijkt dat dit nog steeds een actueel punt van discussie is. Dat is ook niet verwonderlijk, want met name de Protestantse christenen baseren traditioneel de zondag op de wet van Mozes die voor het volk Israël is bedoeld. Daardoor moet er een verschuiving zijn van de rustdag van de zaterdag naar de zondag en komt men op gespannen voet te staan met de wet en de profeten.

Zou dit niet te maken hebben met de vervangingsleer? Immers de zondag zou de sabbat vervangen hebben. Binnen de vervangingsleer kan dit prima passen. Want dan kan het vierde gebod betekenis krijgen voor de zondag.

Schaft men echter de Vervangingsleer consequent af, dan komen er twee aparte entiteiten onder de gelovigen, een joodse en een christelijke. Dan kan er ook veel soepeler worden omgegaan met de zondag kwestie. De Joden kunnen dan volgens de Torah leven en sabbat houden en de christenen volgens hun traditie de zondag houden. Dat roept praktische vragen op, maar principieel is dit wel te verdedigen op basis van de bijbel. In tegenstelling tot de vervanging van de sabbat door de zondag. Dat is zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament echt niet te verdedigen.

Het is opmerkelijk dat de Katholieke Kerk de achtergrond van de zondag waarschijnlijk beter beseft dan de meeste Protestantse gemeenten. Zij zeggen namelijk dat het houden van de zondag en niet de sabbat, geen bijbelse maar een kerkelijke traditie is. Dit is o.a. te lezen in een publicatie uit 1923 waarin de kerk zich van haar authoriteit laat gelden. [1]

Een andere publicatie uit 1893 geeft aan dat de Katholieke Kerk de rustdag heeft veranderd van zaterdag naar zondag. [2]

Om dan te besluiten met een hele scherpe opmerking: “Protestanten realiseren zich niet dat ze met het houden van de zondag, de autoriteit van de Paus, de woordvoerder van de kerk, accepteren.[3]

[1] The Catholic Record of London, Ontario, Canada, Volume XLV, Saturday, September 1st, 1923, page 4. Auteur is niet bekend, maar aangenomen wordt dat het een van de redactieleden is. (http://www.truthontheweb.org/cathrcrd.htm)

[2] The Catholic Mirror, official publication of James Cardinal Gibbons, Sept. 23, 1893.

[3] Our Sunday Visitor, February 5, 1950.

De antichrist; zijn regeringsperiode en zijn val door de oprichting van Israël

De antichrist wordt vaak (eigenlijk altijd) gezien als een persoon op het wereldtoneel die nog moet komen. Dat was niet zo tijdens de Reformatie. Protestanten ervaarden de antichristelijke macht aan de lijve, door het Roomse staatshoofd de Paus. De Engelse Puriteinen hebben op die situatie een vrij nauwkeurige visie uitgewerkt op basis van de bijbel. Die beschrijft de regeringsperiode van de antichrist.

Die visie komt kortweg neer op een antichristelijke regering op deze wereld die een kleine 2000 jaar beslaat waarbij de Joden geen bestaansrecht hebben. In de 19e eeuw zou die macht zover gevallen zijn dat ook de Joden wat meer vrijheid zouden krijgen. Daarop volgt dan de terugkeer van de Joden naar hun land, de stichting van de staat Israël. De finale val en definitieve uitschakeling van de antichristelijke macht zal dan plaatsvinden en de bekering van Israël. Waarbij de verwachting dan (gedurende duizend jaar) uiteindelijk zal zijn een wereld van gerechtigheid en vrede.

De Reformatoren, te beginnen met Luther, beschouwden de Paus in die tijd als de personificatie van de antichrist. Die zijn hoogtepunt had in de middeleeuwen. Met de Reformatie begon het verval van de pauselijke macht en de antichrist.

Onder de Protestanten ontstond voornamelijk onder de Puriteinen een meer uitgewerkte profetische visie op deze antichristelijke macht. Zij geven een uitleg aan het boek Openbaring wat de Historische visie wordt genoemd. Die komt er daarop neer dat de antichrist een tijdperk van zo’n 2000 jaar beslaat, maar zijn werkelijke machtsperiode is bepaald tot 1260 jaar. Met een opkomst periode ervoor en een vervalperiode erna, past die 1260 jaar in die 2000 jaar. Zeg maar vanaf Christus drie eeuwen van opkomst, dan 1260 jaar regering, waarna drie eeuwen van verval. De antichrist die 1260 jaar regeert wordt dan gezien als een wereldlijke macht.

De wereldlijke regering van de antichrist, een 1260 jarige periode van pauselijke regering binnen het 2000 jarig christelijk tijdperk, wordt door de Puriteinse uitleg van het boek Openbaringen vrij nauwkeurig weergegeven volgens de historische visie. Bij deze uitleg hanteert men de sleutel van het zogenaamde ‘synchronisme’. Joseph Mede is een belangrijke grondlegger hiervan, maar ook b.v. Isaac Newton heeft hier veel werk van gemaakt. Naast het boek Openbaringen worden ook de profetieën van Daniël zo verklaard binnen de historische visie. Zie ook enkele artikeltjes hierover op mijn blog. Robert Fleming jr. schreef hierover een boek: The Rise and Fall of Papacy (1701), waar ook dingen van uitgekomen zijn. 

De historische Puriteinse visie werd door Protestanten breed gedragen tot aan de Franse revolutie. Deze revolutie zagen enkelen aankomen op basis van deze bijbel uitleg. Daarna kwamen er nuances, maar vooral onder Puriteinen in de 19e eeuw was dit profetisch perspectief nog te vinden. Zoals Philpot die aangaf dat hij in zijn tijd in het verlengde van de val van Rome de sociale en revolutionaire (liberale) machten als antichristelijk zag opkomen. Daarmee gaf hij aan dat we nog niet van de satan af waren. Hij erkende wel dat de kerkelijke antichristelijke macht grotendeels gevallen was in kerk en wereld. Maar de vrijheid die de mens daarmee verkreeg zou hem in een geestelijke strijd verwikkelen, voorafgaand aan de wederkomst.

Na de 19e eeuw verdween de historische visie volledig naar de achtergrond, met name na de wereldoorlogen. Onder de Protestanten geloofde men meer en meer dat de antichrist nog moest komen. De Futuristische visie brak door, voornamelijk onder Puriteinse erfgenamen, met name in de VS. Deze visie verondersteld dat de antichrist nog moet komen. Dit wijkt geheel af van de oude Protestantse overtuiging dat de antichrist al actief was ten tijde van het Pauselijke rijk. Tot groot genoegen van de Katholieke kerk hebben de protestantse kerken nu de futuristische visie overgenomen. Dit was een breuk met de traditionele reformatorische visie, die zich doorgaans in alle stilte heeft voltrokken na de tweede wereldoorlog.

Ik acht het als een bijzondere ontdekking van de Protestanten na de middeleeuwen dat de antichrist in de kerk zat, hoewel die gedachte niet helemaal nieuw was. Vooral Luther kwam daar achter samen met martelaars die hem volgden. Dat is opzienbarend omdat de antichrist eigenlijk altijd als een externe vijand wordt voorgesteld. Dat de Paus (als mens) toen de antichrist was, wil niet zeggen dat hij dat nu nog is. De toenmalige macht is vervallen. De paus van tegenwoordig is meer een mens als andere leiders. De macht ligt nu bij het volk. Dwalingen kunnen natuurlijk nog in de kerkelijke leer zitten, maar de macht ervan is inmiddels vervallen. In de huidige Paus zie ik helemaal geen antichrist meer, integendeel, hij steunt christenen.

Na de Reformatie, toen de Paus geen macht meer had over deze protestantse gemeenten, kwam er een grote vrijheid van godsdienst met een zegenrijke uitwerking, voor kerk en wereld. De Reformatie zette echter niet echt door, maar de weg werd vrijgemaakt voor het joodse volk voor een terugkeer op het wereldtoneel. 

Het verval van de protestantse kerken zorgde dat ook zij niet meer vrij waren van antichristelijke machten. Juist ook bij de meest behoudende gereformeerde kerken zijn krachten  van de satan om de mens bij Christus vandaan te krijgen. Er is daar weliswaar gelukkig geen antichrist in persoon of in kerkelijke of wereldlijke macht, maar de ‘geestelijke machten in de lucht’ (Ef.6:10-13) manifesteren zich hier of daar, juist bij Gods volk, als laatste pogingen de mens weg te houden van Christus. Ook hier stelt de antichrist zich in de kerk, in de plaats van Christus. Niet meer als een wereldlijke macht zoals de paus van de middeleeuwen, maar als geestelijke macht. In de praktijk is dat misschien nog wel erger; het is zo geniepig en vals.

Over het algemeen wordt aangenomen dat wanneer er over de antichrist wordt gesproken, een mens wordt bedoeld. De satan manifesteert zich in een mens. Net zoals God Zich in Jezus manifesteert. De antichrist komt in de plaats van Christus te staan, om mensen van Christus af te houden. De antichrist moet onderscheiden worden van de satan. De antichrist is een mens die door de satan gedreven wordt om de Christus tegen te staan. De satan zelf is een geestelijke macht, de grote tegenstander van de mens, en is er zolang de mens in deze wereld bestaat.

De antichrist is gezien de historische visie inmiddels voor een groot deel gevallen. De Paus heeft zijn macht niet meer. Hij wordt aangesproken op zijn gedrag en wordt gecontroleerd. Dat geldt trouwens wereldwijd voor alle machten. Burgers zijn inmiddels zelfs in staat om heersende dictators te laten vallen. Dat heeft de Arabische Lente laten zien. En democratieën kunnen niet meer gestuurd worden door machthebbende nieuwsvoorzieningen. Journalistiek faalt door de moderne media ontwikkelingen. Mensen zijn nu in staat meer zelfstandig hun mening te vormen. Machten zijn niet meer zoals vroeger. In dat vacuüm treed de satan op als een briesende leeuw, wetende dat hij weinig tijd heeft om de mens nog bij God vandaan te houden. Daardoor lijkt het dat de antichristelijke machten nu op hun sterkst zijn. Het zijn echter geen wereldlijke en kerkelijke machten (zoals vroeger de Paus), maar geestelijke machten. Satanische machten in de lucht spelen vrij spel, wat ernstiger is dan gewone oorlogen. Je zou het een zekere anarchie kunnen noemen omdat de hoogste autoriteit ontbreekt, namelijk Jezus.

Een van de meest ingrijpende gebeurtenissen voor het christendom, is de holocaust waarna de stichting van de staat Israël volgde. De wederoprichting van Israël vormde het begin van een belangrijke verandering bij de Katholieke kerk en de Protestantse kerk. Beiden moesten tot bezinning komen ten opzichte van de beloften voor het Joodse volk. Het zorgde er ook voor dat het jodendom en christendom een zekere toenadering tot elkaar kregen.

Bezinning op de plaats van Israël heeft inmiddels een aantal goede uitwerkingen gehad. De Rooms Katholieke Kerk erkende op verschillende punten haar fouten. Het is opmerkelijk dat het juist de Paus is die als eerste reageerde met inkeer en bezinning na de holocaust en de stichting van de staat Israël. Het Tweede Vaticaanse Concilie kenmerkte zich door vernieuwing en terugkeer naar de bronnen. Daarbij kreeg de verhouding kerk en Israël aandacht. Met Nostra Aetate (1962) was het begin gelegd van de erkenning dat de vervangingsleer fout is. Waarbij ook een schulderkenning plaatsvond van het antisemitische gedrag van de kerk.

De wereld is snel veranderd. De val van de Berlijnse muur was een teken dat bestaande machten wegvielen. Het Midden-Oosten veranderde. De antichrist in menselijke gedaante, als menselijke of institutionele macht, over wereldlijke en geestelijke zaken, is zo goed als compleet in stukken gevallen. Ook de financiële machten vervielen. De westerse (linkse) machten die dachten de democratie te kunnen sturen, zien hun grip op de samenleving verliezen. Helaas dat problemen zoals terrorisme, opstand en partijdigheid overblijven. Machten verdwijnen om plaats te maken voor de Messias.

Onder dit verval van machten gaat de satan om als een briesende leeuw in deze vrije wereld, waarin de mens nog nooit zo’n grote vrijheid van keuze heeft gehad. Wetende dat die vrije keus ook vóór God kan zijn en uit kan lopen op een wereldwijde bekering van een snel groeiende grote hoeveelheid van mensen, zal de satan er alles aan doen om dat tegen te houden.

Ondertussen zijn de beloften voor het joodse volk Israël zich aan het vervullen. Dit na een lange tijd van geestelijk heil voor bijna exclusief de christelijke kerk. De stichting van de staat Israël zorgde voor een bijzondere vervulling van aloude beloften. Dat is ook conform de verwachting, ruim 3 eeuwen geleden, van de Historische visie dat het volk Israël in hun land terug zou komen en bekeerd zou worden. Oftewel de Messias zal zich aan Gods verbondsvolk Israël openbaren. Dit zou dan ook tot vernieuwd heil voor de christelijke kerk zijn en voor verlichting zorgen van alle volken.

Op dit moment bevinden we ons daar, in die tijd, waar de mens zich kan bekeren. Dat is een grote zegen! Midden in het leven van keuzes maken. En midden in de realiteit dat God zich door de Messias elk moment openbaren kan en ook uiteindelijk zal doen in gerechtigheid en vrede. Wat dat betreft is er niets nieuws onder de zon, want de apostelen hadden ook deze verwachting.

Er ligt nu wel een bijzondere nadruk op de keuzevrijheid en de daarbij dwingende woorden uit de bijbel: ‘Bekeert u!’. De moeilijkheid van de satan die ons loutert is geen excuus. Eerder een bemoedigende uitdaging. Want juist in zo’n situatie, als een mens zich bekeert, zal God daarop dan niet antwoorden? Bovendien werkt de keus van nu de toekomst uit. In het bijzonder de persoonlijke keus van bekering tot God.

In dat opzicht is het geen afwachten totdat God de tijd en profetieën vervuld. Maar een actieve houding werkt de toekomst uit. De toekomst is afhankelijk van de keus van nu. De visie op de toekomst is alleen positief wanneer er bekering is. Want zo immers kan het zwaarste oordeel teniet gedaan worden. Daarbij hebben we de profeet Jona ten voorbeeld. Het vastbesloten oordeel Gods dat de stad Nineve na veertig dagen verwoest zou worden, werd afgewend door de bekering van de Ninevieten. De toekomst is er niet voor toekomstige bekering. De toekomst is er als hoop voor allen die er nu aan werken en naar uitzien.

“Dan zult gijlieden wederom zien, het onderscheid tussen den rechtvaardige en den goddeloze, tussen dien, die God dient, en dien, die Hem niet dient.” (Mal.3:18)